Stripotheek van Meise heeft 10.000 beeldverhalen
26/8/2006
Bettina Hubo © Brussel Deze Week
Echte stripliefhebbers zijn vaak snel door de voorraad strips in hun plaatselijke bibliotheek heen. Als ze meer willen, kunnen ze naar het stripmuseum in de Zandstraat. Dat heeft een uitgebreide collectie, maar die wordt niet uitgeleend. Of ze kunnen even buiten Brussel terecht in Stripotheek 9de Kunst in Meise.
De stripbieb van Meise, die open is op maandagavond, woensdagmiddag en zaterdagmorgen, heeft sinds een jaar of vijf een vaste stek in de kelders van de gemeentelijke bibliotheek. Voor die tijd leidde de stripotheek een zwervend bestaan. De bieb ontstond 21 jaar geleden toen enkele jongeren van het Wolvertemse jeugdhuis Sloefke, net zoals de collega’s van jeugdhuis Nijdrop in Opwijk, met een stripverzameling begonnen. “Die werd na enkele jaren zo groot dat er uitgekeken moest worden naar een nieuwe locatie,” vertelt Axel Depuydt, een van de medewerkers van 9de Kunst. “In de loop der jaren zat de bibliotheek op vier of vijf plaatsen hier in Meise. Tot de gemeentelijke bibliotheek een nieuw gebouw kreeg. In de kelder waren nog enkele kleine polyvalente ruimtes over waarvoor geen bestemming was. Daar zijn wij natuurlijk meteen op gesprongen.”
In de al bij al beperkte ruimte staan zo’n tienduizend strips in bakken en rekken. “Wij kopen bijna alles aan wat in het Nederlands verschijnt. Alleen een enkele uitzonderlijk dure strip kunnen we niet kopen. Maar elke maand komen er zeker zo’n zestig, zeventig strips bij,” zegt Depuydt.
Jommeke
De typische kinderstrips en volwassenenstrips staan door elkaar. De stripotheek heeft alle klassieke kinderstrips – Suske en Wiske, Nero, Lucky Luke, Kuifje -, maar die worden volgens Depuydt niet meer zo vaak gelezen. Kinderen grijpen nu veel makkelijker naar Kiekeboe en naar de strips die afgeleid zijn van tv-reeksen. “Alleen Jommeke lezen ze nog graag. Die reeks is een van onze vier meest ontleende reeksen, samen met Kiekeboe, FC De Kampioenen en Urbanus.” Depuydt tilt niet te zwaar aan deze verschuiving van de belangstelling. “Elke generatie heeft haar strips. Bovendien zijn de stripverhalen die gemaakt worden op basis van een tv-reeks, niet noodzakelijk slecht. Er komen natuurlijk boeken op de markt die met heel weinig zorg gemaakt zijn, maar neem bijvoorbeeld W817. Dat is een goede kinderstrip.”
Depuydt meent ook dat er zonder een strip als FC De Kampioenen nooit zoveel kinderen naar de bieb zouden komen. “En zodra ze hier zijn, kunnen we hen in contact brengen met ander, soms beter werk.” Met dit doel voor ogen maakt Depuydt een paar keer per jaar de zogenaamde stripwerper, een folder waarin hij speciale en onbekende reeksen voorstelt. Deze maand zijn dat bijvoorbeeld de strips van Tits, Kramikske, Nino en Tandori.
9de Kunst is ook erg in trek bij volwassenen, vooral bij mannen. “We hebben zo’n zeshonderd leden, van wie de helft kinderen en de helft volwassenen. Drie kwart van wat er op de stripmarkt verschijnt, en dus ook van onze collectie, is namelijk niet specifiek bedoeld voor kinderen.”
Depuydt geeft een korte rondleiding door de stripotheek. In de bakken in de achterste kamer staan alle grote reeksen bij elkaar, in de zijrekken de reeksen met minder dan vijftien delen. In de voorste kamer ligt het meer bijzondere werk zoals de Collecties, dat zijn de prestigieuze reeksen die uitgevers uitbrengen om de betere stripverhalen uit het buitenland in ons land te introduceren. Daar liggen ook de solo’s en de boeken met de rode sticker, een beperkte collectie strips die veel geweld en seks bevatten en daarom beter niet in kinderhanden terechtkomen (en ook niet aan hen worden uitgeleend).
Om de striplezers te helpen in hun keuze, hangt Depuydt geregeld striptips uit, waarbij hij het betere werk dat te weinig de deur uitgaat, probeert te promoten, zoals de boeken van de Fransman Joann Sfar, volgens Depuydt de belangrijkste tekenaar-scenarist van dit decennium.
Omdat vele strips in een beperkte oplage worden gedrukt, telt de stripotheek heel wat collector’s items. “Ongeveer 95 procent van onze boeken is niet meer in de handel verkrijgbaar. Je vindt ze hoogstens nog op de tweedehandsmarkt. Maar sommige van onze strips zijn inmiddels echt zeldzaam. Neem bijvoorbeeld De Almanak van Jean-Claude Servais, een speciale, beperkte uitgave. We hebben dat boek gekocht toen het uitkwam, en nu is het heel moeilijk om er nog aan te komen.”
Wafelenbak
Stripotheek 9de Kunst is een feitelijke vereniging, die nauwelijks gesubsidieerd wordt. Alle aankopen worden dan ook gefinancierd met de inkomsten van de ontleningen. Per strip betaal je 15 eurocent. Dat is althans het tarief voor de meeste boeken. Voor heel dure exemplaren betaal je 30 cent en soms zelfs 75 cent. “Op die manier lukt het ons om rond te komen. Maar natuurlijk dromen we van meer. Met extra budget zouden we bijvoorbeeld ook Franse strips die niet vertaald raken, kunnen kopen, of Amerikaanse comics over superhelden.”
De bieb draait volledig op vrijwilligers. “We zijn met een vaste kern van vijf, zes mannen en vrouwen en dan zijn er nog enkele losse medewerkers. Zoveel mensen zijn echt nodig. De bieb moet zeven uur per week opengehouden worden. Voorts is er veel werk achter de schermen. Alle boeken moeten worden aangekocht en vervolgens klaargemaakt. Iemand moet ze in de database stoppen, ze verstevigen en er de juiste sticker op aanbrengen. Ik maak de striptips en de stripwerper. Daar kruipt ook veel tijd in. En dan zijn er nog de speciale evenementen. Zo vieren we elk jaar in september onze verjaardag met een pannenkoekenslag, geïnspireerd op de wafelenbak van Nero.”
Depuydt schat dat elk van de vrijwilligers wekelijks tien uur aan de bieb spendeert. “Gelukkig zijn we allemaal stripliefhebbers. Anders hou je het niet vol. Voor ons is dit een hobby waar we ons met hart en ziel aan overgeven.”
Stripotheek 9de Kunst viert op 16 september haar 21ste verjaardag. Op 14 oktober viert het hele biebgebouw zijn vijfjarig bestaan. Meer info op 02-270.19.46
Bron:
https://www.bruzz.be/culture/news/stripotheek-van-meise-heeft-10000-beeldverhalen-2006-08-26
